Spiegelbeeld

Spiegelbeeld

 

 

Ik keek in de spiegel en realiseerde me dat het niet ging om het uiterlijk van mij, maar over dat van mijn spiegelbeeld. Dat is maar goed ook, want in de spiegel zie ik er altijd beter uit. Als je er een lijst om heen zou hangen, zou je een mooi schilderij kunnen hebben. Jammer dat niet iedereen dat kan zien. Ik kon er wel een foto van maken, maar dan zat ik met het probleem van de camera, die in beeld te zien was. Ik was benieuwd wat ik daaraan kon doen. Ik liep naar de man die op bijna álles een oplossing wist, mijn vader. ‘Vader’, begon ik. ‘Hoezo “vader”, je noemt me toch altijd pap?’, onderbrak hij mij. ‘Ja, maar..’ ‘Doe dat nu dus ook maar’.

 

 

‘Oké, pap. Hoe kan ik een foto van mijn spiegelbeeld maken, zonder de camera te fotograferen?’, vroeg ik. Hij dacht diep na, en na een seconde of vierenveertig zei hij:

 

‘Als je nou een foto van jezelf maakt, is dat toch ook een soort van spiegelbeeld?’. Kijk, daar had ik natuurlijk nooit aan gedacht. Aan dat soort dingen denkt mijn vader dus wel. Ik noem hem inderdaad altijd “pap”, maar hij noemt mij nooit “zoon”, of “jongen”. Hij spreekt mij altijd aan bij mijn naam, maar als ik dat bij hem doe, vinden wij dat allebei altijd raar klinken.

 

 

Mijn spiegelbeeld en ik kunnen het goed vinden met elkaar. Als ik vrolijk ben, is hij dat ook. Als ik verdrietig ben, is hij dat ook. We praten ook veel met elkaar. Nou ja, ik praat veel tegen hem, want echt terug praten doet hij niet. Het is, wat je noemt, een zwijgzaam type, maar hij laat wel zien hoe ik ben.

Inspiratieloos

Nou, mijn eerste stukje en ik weet nu al niks te schrijven. Zal je altijd zien. ik ben nu gewoon bijna net zo inspiratieloos als de reclamespotjes van Frisia Financieringen. Jezus, dat is wel heel erg. Heb je dat wel eens gezien? Ongelofelijk. Gaan ze net doen alsóf het een programma is. Dan zegt die lul achter zijn bureau: “Dit was het weer voor vandaag, tot ziens”. Wat een idioot. Mij een beetje het gevoel geven dat ik speciaal zit te kijken naar zijn vervelende “programma”.

Goed. Waar had ik het over? O ja, geen onderwerp. Zeer vervelend. Ik zou het natuurlijk over mij kunnen hebben. Over mijn werk of zoiets maar dat is gewoon saai, in de zin van niet boeiend. Wat ik doe is achter de kassa werken in een speelgoedwinkel. Je begrijpt dat dit wel dé plek is om mensen dingen te laten kopen waar ze eigenlijk niks aan hebben. Neem bijvoorbeeld zo’n achterlijke feestdag als Sinterklaas (die ouwe knakker die als enige turk compleet blank is geboren). Er zijn mensen die dat vieren. Best. Dan gaan ze naar zo’n winkel als deze met totáál geen idee wat ze moeten kopen. De enige doelstelling is om zo snel mogelijk wat te vinden en wel hier want anders moet er weer naar de volgende winkel gesjokt worden. Om dat soort mensen over te halen hoef je niet veel moeite te doen. Let op. “Goedendag mevrouw, kan ik u ergens mee van dienst zijn?”. “Misschien wel, ik zoek iets voor mijn kleinzoon”. “Aha, het is voor de Sinterklaasviering neem ik aan?”. "Dat klopt, maar ik heb geen idee wat ik voor hem moet kopen”. “Geen probleem mevrouw, ik help u graag”.

Oké, op dit punt is het halve werk al gedaan. Dat is te zien aan de hoeveelheid opluchting in de ogen van de klant. Maar om het ook voor jezélf leuk te maken, smeer je hem/haar natuurlijk het grootste kutspel aan wat je maar hebt. Bijvoorbeeld: “Nou mevrouw, we hebben verschillende dingen die erg in trek zijn op het moment. Mag ik vragen hoe oud uw kleinzoon is?”. “Onze Tim is zestien jaar. O nee wacht, zeventien geloof ik. Maak er maar achttien van”. “Dat komt heel erg goed uit want daar hebben we een speciaal assortiment voor". “Is dat zo?” Nee trut natuurlijk niet, daarom verzin ik dit ook terplekke. “Jazeker mevrouw. Neem nu dit leuke spel. Dokter Bibber. Een speciale nieuwe versie voor achttienjarige homoseksuelen.” “Hoe weet u dat hij homo is”. “Goede gok neem ik aan”.“U kunt goed gokken maar wat is er zo nieuw aan deze versie dan?”. “Wel, met deze uitvoering kan je de patiënt via het schijthol behandelen”. “Schijthol?” Ja. Je weet wel, kakgat, boutput, stronttunnel, poepster?! “Excuseer, ik bedoel de anus”. “Oké”. “Oké?” “Ja ik neem hem want hij is ook niet zo duur”. “Zal ik ‘m even voor u inpakken?” “Graag, dank u wel meneer”. “Nee, ú bedankt mevrouw”. Zie je wel. Niks speciaals. Ik zal ervoor zorgen dat ik de volgende keer wél iets te melden heb. Beloofd..